In de loop van de tijd heb ik geleerd, dat momenten in mijn leven die gekenmerkt worden door een grote mate van intensiteit, meer dan eens verbonden blijken te zijn met vorige levens. Ze brengen mij terug naar personen en plekken uit die vorige levens. Aan de andere kant zijn het vaak de gebieden van het onbekende, zoals de woestijn, de jungle, vreemde landen, die de inhoud van het onbewuste lijken te herbergen. De gebeurtenissen op deze plekken proberen mij als het ware wakker te schudden om van oude karmische patronen af te komen. Soms herken ik dan waar dat karmische patroon vandaan komt, maar vaak ook niet, en gebeurt dat ‘herkennen’ pas veel later. Op de betekenis en werking van karma zullen we later nog terugkomen.
Quetzalcoatl: een Slangdraak
In 1989 reis ik met mijn vriendin gedurende lange tijd door Midden Amerika. Dit was de jonge vrouw waarmee een innige band ontstond na het auto ongeluk in Syrië.
We volgen het zogenaamde Maya spoor of Maya trail dat ons door oerwouden, langs rivieren, naar de toppen van piramiden leidde en ons in contact brengt met de Maya’s zelf. Een gebeurtenis die me weer confronteert met het mysterieuze, zoemende en suizende geluid in mijn hoofd dat ik ervaren had tijdens de out of body ervaring, doet zich voor op het schiereiland Yucatan, in het zuiden van Mexico. Daar ligt het piramidecomplex van Chichén Itzá.

Deze Maya ruïnestad – uit de laatklassieke periode – werd pas in 1850 door archeologen ontdekt, en vanaf die tijd weer op het oerwoud teruggewonnen. De grote piramide van Kukulkán, het grootste gebouw van Chichén Itzá, is nu weer in al zijn glorie te zien. De vier trappen – aan elke zijde één – kunnen weer beklommen worden. De basis van de noordelijke trap wordt gevormd door twee reusachtige slangenkoppen van steen, die mij toen eigenlijk meer deden denken aan drakenkoppen.

De bovenzijde van de trap wordt bekroond door de ratels van deze twee reuzenslangen. Op het moment van de lente equinox en de herfst equinox speelt de zon een spel met het licht op de balustrade van de trap, waardoor het lijkt alsof de ‘gevederde slang’ – Kukulkán, of Quetzalcoatl zoals hij door de Azteken werd genoemd – de trap afdaalt. Op deze trap overvalt mij eenzelfde euforische gevoel als op de top van de Menkaure Piramide. Met snelle tred beklim ik de steilepiramidetrap met zijn 91 treden, om boven op het platvorm ontvangen te worden door een hoge sisklank in mijn schedel. Een klank die ik direct kan verbinden met het verblijf buiten mijn lichaam. Het geluid zal enkele dagen nadrukkelijk aanwezig blijven. Voor mij bevinden zich dan de stenen ratels van de Gevederde slang, die het geluid in mijn hoofd wel lijken te produceren. Ze bewaken de donkere ingang van een sinistere tempel. De ingang is een gat dat mij als een dood oog aanstaart. Ik kan dan nog niet vermoeden dat dit bezoek aan de piramide van Kukulkán maanden later een vervolg zal krijgen in de vorm van een gelijksoortig slangenwezen, een slangenwezen dat ligt te slapen aan de basis van onze ruggengraat.

Karma Coma
De volgende belevenis langs het ‘Maya spoor’, die mij een sterk gevoel van ‘herkenning’ gaf, doet zich voor in Belize, het voormalige Brits Honduras. De voertaal is Engels, in tegenstelling tot de overige Midden Amerikaanse landen waar Spaans de voertaal is. Na een bezoek aan het rif en de cays in de Caribische Zee en verblijf in Belize City, besluiten mijn vriendin en ik naar Tikal af te reizen in de jungle van Guatemala. Deze voormalige Mayastad staat bekend om haar steile piramides.
De eerste etappe gaat per bus van Belize City naar de hoofdstad Belmopan, ergens halverwege het land. Onderweg raak ik lange tijd in gesprek met een Creools meisje en haar moeder die tegenover mij zitten. We bevinden ons direct bij de voordeur, schuin achter de buschauffeur. Dan is daar – ergens langs de eindeloze weg – een eenzame bushalte. De chauffeur brengt de bus abrupt tot stilstand. Het meisje zwaait ons gedag en rent voor de bus langs. Gierende banden en een doffe klap volgen. De moeder die het ongeluk voor haar ogen ziet gebeuren gilt. Een oude Amerikaanse Cadillac met een blank echtpaar erin heeft het donkere meisje geschept. De bestuurder stapt uit en blijft ontzet staan als hij de moeder ziet met haar kind in de armen. Als ik naast de moeder neerkniel duwt ze haar dochtertje in mijn schoot terwijl ze mij smeekt om haar beter te maken. Ik voel hoe de nek van het meisje opzwelt, haar halswervels zijn gebroken. Niet veel later trekt het leven uit haar weg en sterft ze in mijn armen. Op datzelfde moment stopt een militaire colonne met trucks bij het ongeval. De trucks zijn beladen met kano’s en enkele Britse militairen springen uit de voorste vrachtwagen. De commando’s blijken voor een oefening op weg te zijn naar de Maya Mountains. Eén van hen is arts en deze concludeert na een kort onderzoek dat het meisje overleden is. Dan wijst een militair op een vuilniswagen die passeert en grapt tegen me dat ze nu wel met de vuilnis mee kan, dat alles waar de huilende moeder bij zit. De bestuurder van de Cadillac en zijn vrouw zijn Mennonieten, die vanuit hun godsbeleving streven naar eenvoud en geweldloosheid en strikt leven naar de Bijbel. Autorijden wordt alleen overgelaten aan de meest progressieve leden van hun sekte. Het echtpaar staat er dan ook volledig ontredderd bij als het tot hen doordringt dat ze de dood van het kind op hun geweten hebben. De hele situatie is als een boze droom, en raakt diepe gevoelens bij mij van binnen. Daar zit ik dan met een dood zwart meisje. Met naast mij mijn vriendin en om ons heen een doorsnede van de bevolking van Belize: Engelse militairen als vertegenwoordigers van het blanke kolonialisme; donkere mensen die de nazaten zijn van slaven; Maya indianen, die de oorspronkelijke bewoners zijn van dit land; Mestiezen die gemengd Spaansindiaans bloed hebben; en twee volgelingen van de 16de eeuwse Friese priester Menno Simons. Het is alsof ik dit allemaal eigenlijk al weet, alsof karmische weefdraden van eerdere levens in het hier en nu samenkomen. Het zal niet de eerste, en ook niet de laatste keer zijn.
Bewustzijnspoort op Aarde en in de Hemel
Als ik terugblik op Egypte, Syrië en Mezo-Amerika, dan lijken de gebeurtenissen die ik daar heb meegemaakt te wijzen op een belangrijke band die ik ergens heb met deze landen en gebieden. Het voelt aan als een weefsel van karmische draden, als een onzichtbaar web waar ik deel van uitmaak. Maar dit herkennen lijkt méér te zijn; het gaf me toen het gevoel getuige te zijn van zowel het verleden als van de toekomst. Alsof het allemaal al in mij aanwezig was. Verder valt op dat piramides, en dan met name die op het plateau van Gizeh, een katalyserende rol spelen in de ontwikkeling van mijn bewustzijn. Op dat plateau is er iets met mij gebeurd dat vergaande gevolgen zou hebben voor mijn waarneming van de ‘werkelijkheid’. Zoals bekend, ondergaan veel mensen naar aanleiding van een bezoek aan de Grote Piramide een bewustzijnsverandering. Dit wijst op een belangrijke functie van dit gebied. Het piramideplan van Gizeh is van oorsprong opgezet om als poort het Aards fysieke met de hemelwereld tussen de sterren, de Doeat te verbinden. De Oude Egyptenaren associeerden de Doeat met de onderwereld of het land van de doden. Het was een gelijksoortige poort die de sjamaan in zijn innerlijk moest passeren om zijn reis door de hogere gebieden te kunnen maken.
Orion en Ophiuchus, De Twee Verborgen Sterrenbeelden van de Dierenriem.
Tevens is het piramideplan van Gizeh een kopie op Aarde van de opvallende constellatie Orion (Herder) in het evenaar gebied van de sterrenhemel. En dit ondersteunt nog eens de poortfunctie van Gizeh, omdat in dit sterrenbeeld zich de Poort naar de Onderwereld zou bevinden. Deze wordt, esoterisch, de Zilveren Poort genoemd. Orion stond bij de oude Egyptenaren symbool voor de god Osiris, de Hindoes verbinden het sterrenbeeld met hun hemelse god Shiva. De Maya’s zagen er hun Maïsgod Hun-Hunahpu in. Orion is in zekere zin de ‘analogie’ van de Hemelse Mens. Dit voert ons dus naar de sterrenhemel. Eigenlijk bestaat onze Dierenriem of Zodiak, als we het esoterisch bekijken, uit twee extra constellaties. Naast de twaalf traditionele sterrenbeelden, die onderverdeeld kunnen worden in zes tegenover elkaar liggende paren, namelijk:
(1) Aries (Ram)/Libra (Weegschaal);
(2) Taurus (Stier)/Scorpio (Schorpioen);
(3) Gemini (Tweeling)/Sagittarius (Boogschutter);
(4) Cancer (Kreeft)/Capricornus (Steenbok);
(5) Leo (Leeuw)/Aquarius (Waterman); en
(6) Virgo (Maagd)/Pisces (Vissen);
vormt Orion samen met het tegenoverliggende sterrenbeeld Ophiuchus, het zevende duo:
(7) Orion (Herder)/Ophiuchus (Slangendrager).
Bekijk voor de Zodiak de hier onderstaande afbeelding :

Dit laatste sterrenbeeld speelt een belangrijke rol in de spirituele inwijding en de terugkomst in de hypostase van de mens, omdat we in Slangendrager de tweede Hemelpoort vinden, de Gouden Poort. Ophiuchus ligt ook daadwerkelijk als dertiende sterrenbeeld in de baan (ecliptica) van de Zon en functioneert, zoals we later zullen zien, als de Zonnepoort. Terwijl door Orion, de plek van de Zilveren Poort, alleen de baan van de Maan loopt en functioneert, zoals we later zullen zien, als de Maanpoort. Dit zal geen toeval blijken te zijn. De oude Egyptenaren noemden beide poorten de Dubbele Deuren van de Horizon. De symboliek van deze twee sterrenbeelden, zullen we later zien, verbindt de Hemelse Mens:: De Adam Kadmon met de krachten van een oeroud wezen, de Slang uit de Onderwereld. Deze occulte kennis had zich toen nog niet in mij ontwikkeld.
De astrale ervaringen waar ik in deze periode van mijn leven doorheen ga en de inzichten die ik daardoor krijg bevreemden mij echter niet. Ik weet eenvoudig dat er meer is in het leven. Maar belangstelling voor het spirituele is bij mij op dat moment nog afwezig. Daar komt abrupt verandering in wanneer ik in aanraking kom met een innerlijk oer vuur van mystieke oorsprong.
Volgende week in deel IX: Het mystieke oervuur.




