SLANGENSTAF
De Val van het Oog
Wanneer je door middel van het elementaire [Aetherische] lichaam een bovenzinnelijke buitenwereld ervaart, ben je hiervan minder afgesloten dan van je fysieke omgeving bij het ervaren in het zintuiglijk lichaam.
– Rudolf Steiner – uit Meditatie*
Nadat de voorvaderen hun schaduwen hebben uitgeworpen en mensen hebben gemaakt uit één element (Aether), stijgen zij weer omhoog naar mahaloka, vanwaar zij periodiek neerdalen wanneer de wereld wordt vernieuwd, om nieuwe mensen voort te brengen.
– H.P. Blavatsky – De Geheime Leer: Deel II (1888), p.101
De lamp van het lichaam is het oog; als dus je oog onvertroebeld is; zal heel je lichaam vol licht zijn; maar als je oog boos is, zal heel je lichaam duister zijn; als dus het licht in jou al duisternis is.
– Matteüs 6:22 – 23 – Nieuwe Testament

We zullen nu even een pas op de plaats moeten maken, om ons in dit hoofdstuk te wijden aan enkele esoterische begrippen met
betrekking tot het element Aether en het Aetherlichaam. Deze onderbouw is noodzakelijk om de rest van mijn verhaal te kunnen
vertellen. In dit hoofdstuk verdeel ik Aether onder in ‘lage’ Aether en ‘hoge’ Aether, om daarna met ‘Aether’ te verwijzen naar de ijlste vorm met de hoogste trillingsgraad. Mijn transpersoonlijke ervaringen hadden mij getoond dat wij als mens met ons stoffelijk lichaam gevangen zitten in de Aardse realiteit van tijd en ruimte. Tegelijkertijd had ik mogen ervaren dat deze wereld er een van schijn is. Hindoes en boeddhisten noemen dit maya, de grote illusie. Maar deze illusie blijft harde realiteit zolang we ons niet bewust worden van een hogere realiteit. Namelijk dat de mens van oorsprong een geestelijk wezen is en dat ons lichaam en onze aardse realiteit een manifestatie zijn van de geest. De yogawetenschap gaf mij het gereedschap om de geest te onderzoeken en met de geest te werken. Wat ik evenwel opmerkte, vooral tijdens mijn bezoek later aan India, het thuisland van onder meer yoga, ayurveda, tantra, hindoeïsme en boeddhisme, was dat veel van de kennis die zijn oorsprong moet hebben gehad in een verloren Gouden Tijdperk, niet geheel meer begrepen werd, of zelfs foutief geïnterpreteerd. Dit betrof met name mijn onderzoeksgebied Aether. In de loop van millennia is de kern van deze geesteswetenschap overwoekerd door ontelbare afsplitsingen, sektes, stromingen en geschriften. Daardoor wist ik dat ik mijn openheid van geest moest zien te behouden, om door de bomen het bos te kunnen zien.

Een Verloren Hoge Beschaving uit de Prehistorie
De wortels van de yogawetenschap zijn moeilijk te achterhalen. Deels zijn ze terug te vinden in het sjamanisme. Sjamanistische
zieners (Sanskriet: Rishi’s) baseerden hun kennis op het schouwen van hun innerlijke wereld. Dit deden ze door hallucinogene stoffen in te nemen of door in meditatie te gaan. Anderzijds moeten we de wortels van de yogawetenschap zoeken in een mythisch Gouden Tijdperk. Om sporen van dit tijdperk te kunnen vinden zullen we zo’n negenduizend jaar terug in de tijd gaan. Toen ontstond in de stroomgebieden van de Saraswati en de Indus een hoog ontwikkelde beschaving. Dit zouden we de wieg van onze beschaving kunnen noemen, ware het niet dat deze wieg als een rieten mandje op het water van de Zondvloed was komen aandrijven. Het mandje is dan een allegorie op een verloren gegane beschaving. Althans, op de restanten ervan.

Deze globale beschaving was spiritueel-kosmologisch en technologisch van een zeer hoog niveau geweest. De Sumeriërs spreken in hun kleitabletten met spijkerschrift van een hoogstaande beschaving die vóór de Zondvloed bestond, een Gouden Tijdperk, waar alle ingrediënten van onze huidige beschaving reeds aanwezig waren. De wereldwijde catastrofe waar hier sprake van is zou veroorzaakt zijn door een komeet. Deze zou de Aarde zo dicht genaderd zijn dat grote fragmenten losbraken die vervolgens ontploften in de dampkring en ondermeer in de noordelijke ijskap sloegen. Dit veroorzaakte een zondvloed aan smeltwater terwijl de dampkring verstikt raakte door het puinstof. Een soort nucleaire winter was het gevolg. De weinige overlevenden die nog bekend waren met de oude cultuur zouden volgens overlevering ondermeer uit de Himalaya komen, omdat ze in de hoger gelegen gebieden hun heil hadden gezocht, en stukjes van hun beschaving met zich meebrengen. Een verre echo van deze beschaving zou het Antikythera mechanisme kunnen zijn, dat op de bodem van de Egeïsche Zee is gevonden.

De Ingewijden die de wereldwijde ramp hadden overleefd en golden als beschavingsbrengers werden door de toenmalige mensheid beschouwd als halfgoden. Ze werden Maha Rishi’s of Grote Zieners genoemd. Hun doel was een wereldwijd verstrooide en gedecimeerde mensheid weer beschaving bij te brengen. Dit deden beschavingsbrengers overal op Aarde door de mensheid landbouw, metallurgie, taal en het schrift te leren. Anderzijds moesten deze halfgoden eenvoudige kennisoverdrachtsystemen verzinnen die de millennia konden doorstaan; zodat de hoogstaande kennis die ze bezaten in een verre toekomst kon worden ontcijferd. Die ontcijfering zou dan moeten gebeuren door een technologisch vergevorderde beschaving als de onze. Zo werd gecodeerde wetenschappelijke en spirituele kennis verwerkt in weefpatronen van kleding, in de maatvoering van gebouwen, in oogstrituelen, in tempelrituelen, in sterrencultussen en in mythen. De enige directe overblijfselen van deze cultuur betroffen de megalithische bouwstructuren en aardwerken die speciaal ontworpen waren om de grote veranderingen op het aardoppervlak te kunnen doorstaan.

In de reliëfs en geschriften van de – volgens de huidige geschiedschrijving – ‘eerste beschavingen op aarde’; zoals de Sumerische, de Saraswati-Indus, de Oud Egyptische, de Oud Chinese en de Olmeek-Maya, is dan ook inderdaad sprake van Goden of halfgoden die van over zee of vanuit de bergen beschaving brachten aan de mensen.
We komen megalithische bouwwerken niet langer alleen tegen op het land en in de bergen, waar ze door hun hoge ligging gespaard
zijn gebleven en waar ze door de plaatselijke bevolking door mythen en legenden zijn omgeven. De laatste jaren worden ze logischerwijs ook gevonden onder de oceaanspiegel. Daar waar een verdronken beschaving hoort te liggen. Daarnaast beginnen we, dankzij de inzet van onze huidige hoogwaardige technologie, in megalithische bouwwerken – zoals de Grote Piramide van Gizeh in Egypte of de Zonnetempel van Cuzco in Peru – de toepassing te herkennen van technologieën die op zijn minst gelijkwaardig zijn aan de onze. En via onze computertechnologie beginnen we de codes en de informatie te ontdekken en te decoderen die door deze beschaving in bijvoorbeeld steencirkels is verwerkt.

Een Kaart van ons Melkwegstelsel uit de Prehistorie, op wat nu een desolate vlakte is in de Nubische woestijn, Nabta Playa, is recent een prehistorische megalietcirkel opgegraven. Thomas Brophy, een astrofysicus die meegewerkt heeft aan het
NASA Voyager Project, ontdekte dat de megalieten een kalendercirkel vormen die rond 4.900 v.Chr. en 6.400 v.Chr. de posities aangaf van de constellatie Orion. Een nog grotere ontdekking was dat andere stenen sterren voorstellen omdat ze de exacte afstanden aangeven die deze sterren verwijderd staan van de Aarde; in lichtjaren wel te verstaan. Maar nog verbazingwekkender is dat op de rotsbodem, die nu vier meter onder het woestijnzand ligt, sculpturen zijn gevonden. Eén daarvan is een grote ronde sculptuur die een weergave op schaal blijkt te zijn van onze Melkweg. Als een routekaart. De steen toont onder meer het Galactisch Centrum, de plaats van onze Zon, en het pas in 1994 gevonden dwergmelkwegstelsel Sagittarius. De sculpturen moeten vanwege hun ligging gedateerd worden op 17.700 v.Chr. of zelfs 43.000 v.Chr.
Deze wereldwijde beschaving – die we dankzij Plato kennen onder de noemer Atlantis – had reeds meerdere cataclysmen en
astronomische cycli doorstaan, alvorens rond 10.900 v.Chr. (12.900 jaar geleden) definitief ten onder te gaan. Het betekende tevens het einde van de megafauna uit het Pleistoceen, waardoor onder meer de sabeltandtijgers, mammoeten, mastodonten en holenberen verdwenen. Deze ramp markeerde de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen. We komen hier nog in deel 16 op terug.op terug.
Volgende week in Slangdraak deel 13: Zondvloed vanuit de Astrale Wateren







