Ride the snake, ride the snake
To the lake, the ancient lake, baby
The snake, he’s long, seven miles
Ride the snake, he’s old, and his skin is cold
The Doors, The End (1967)
Eens dreef hij de kudde tot ver in de woestijn en kwam hij bij de berg van God, de Horeb. Toen verscheen hem de engel van de ENE, in een vuurvlam uit het midden van de doornstruik. Mozes keek toe en zag dat de doornstruik gloeide in het vuur en toch niet verteerde.
Thora, Exodus: 3,1-2
Een nieuw hoofdstuk in mijn leven begint in februari 1991, door een ingrijpende gebeurtenis, die ik eigenlijk een non-event zou willen noemen. Ik ben dan dertig, en woon in de Amsterdamse Jordaan. Kort na deze zogenaamde gebeurtenis krijg ik een visioen in de vorm van een droom. De droom is echter zo echt, dat het geen droom is; ik ben meer dan wakker. Het decor waarin ik ontwaak is dat van een tropisch eiland; een wit strand met palmen en een strakblauwe lucht boven een kalme oceaan.
Ik bevind mij tussen de leden van een Aziatische stam die gezamenlijk over het water turen in afwachting van een reuzenslang, als een moment later een beeldschone vrouw uit het oceaanwater omhoog rijst. En ik weet dat zij de Grote Godin is, in wiens schoot het universum en de oneindige ruimte groeien. Ik ben slechts toeschouwer van het geheel. De stamleden vangen de jonge naakte vrouw en dwingen haar op de knieën. De leiding lijkt te berusten bij de sjamaan van de stam die grijs is van het as. Deze smeert haar rug – over de gehele lengte van de ruggengraat – in met olie. Vervolgens wordt een staf achter haar rug in het zand gezet. De staf wordt aangestoken en werkt nu als een fakkel. Het vuur lekt onmiddellijk naar de olie zodat de rug van de vrouw van onder naar boven vlam vat. Terwijl ik van nabij toekijk, verbaas ik mij over de rust waarmee ze dit alles ondergaat, als een koningin die de brandstapel trotseert, totdat de vlammen tenslotte haar kalme gelaat bereiken. Ik aanschouw haar op dat moment in al haar verhevenheid.
De Omwenteling

Deze droom maakt deel uit van een langdurige cyclus van openbaringen die ik krijg naar aanleiding van een innerlijke omwenteling. Een omwenteling – of misschien kan ik beter spreken van een aardverschuiving – die mijn leven tot op de dag van vandaag bepaalt. Terwijl het ongeluk in Syrië mij weer met beide voeten op aarde had neergezet, lijkt deze hardhandige methode van ‘aarden’ een voorbereiding te zijn geweest op dit moment. Omdat deze omwenteling mij anders – naar alle waarschijnlijkheid – van mijn voeten zou hebben geveegd. Het gebeurt als ik per toeval een oude vriendin tegen het lijf loop in de stad. We hebben bij haar thuis, een appartement in een zijstraatje van de Eerste Helmersstraat, een intens gesprek over de veranderingen die plaatsvinden in haar leven als ik ineens een allesdoordringend ‘licht’ in mijn binnenste ervaar, dat licht gaat gepaard met een hoge zangtoon en een sisklank. Het effect is als dat van een blikseminslag, en verandert op dat moment de richting van mijn leven totaal.
Maar zoals ik al aangaf was het een non-event. Want het (wat ‘het’ ook mag wezen) was daar gewoon ineens. Het valt ook niet met woorden te beschrijven. Wat ik later nog kan terughalen is dat er zich bovenin mijn hoofd een krans van vuur vormde, met in het midden daarvan een glanzend licht in de vorm van een bol of een ei(?).

Achteraf gezien is het alsof een spiritueel kanaal in mijn bewustzijn werd geopend dat mijn leven verlichtte in een moment van openbaring. Ik ervaar op dat moment een mystieke vereniging. Het is een moment waarin ik alles weet. Maar het laat vervolgens ook een gevoel van verdriet achter. Omdat ik het intense gevoel van liefde daarna ook weer verlies. Dat gevoel van een mystieke vereniging zal me nooit meer loslaten, en ik zal er vanaf dat moment naar terug verlangen – en naar op zoek gaan. Mijn stoffelijke kleed was opengescheurd zodat ik een glimp had kunnen opvangen van het goddelijke daarachter. Het is wat de alchemisten een conjunctio noemden, een hereniging van innerlijke tegenstellingen. Een lange leerweg was begonnen.
Bizar genoeg uit deze innerlijke omwenteling zich tegelijkertijd in de buitenwereld. Het uitgeschakelde tv-scherm naast ons geeft een spontane lichtflits, en etst op deze wijze het gebeuren voor mij in tijd en ruimte.
De Godin Shakti of Kundalini Shakti
Pas veel later begrijp ik dat de droom die hierop volgde – over de verbrandde vrouw – mij op symbolische wijze het verhaal vertelde van wat er toen eigenlijk in mij plaatsvond, namelijk het ontwaken en rijzen van Kundalini. Kundalini, een verborgen, mystieke kracht, was verantwoordelijk voor mijn innerlijke verschuiving, en deze kracht wordt in de Hindoe traditie gezien als een aspect van de godin Shakti of Sakta, de godin wiens cultus al bestond in pre-Vedische tijden (zie afb.). Dat is des te opmerkelijker, omdat ik op dat moment nog volstrekt onbekend ben met deze kracht uit de oude Yogafilosofie (en met Yoga in het algemeen).

Kundalini of Kundala wordt weergegeven als een slangengodin, die met haar ‘psychische energie’ ligt ‘opgerold’ aan de basis van ons Aetherlichaam, binnenin het Aarde centrum of Muladhara chakra. Of zoals de Yoga Kundalini Upanishad (1.82) beschrijft:
De goddelijke kracht, Kundalini, schijnt als de stengel van een jonge lotus; als een slang, opgerold rond zichzelf, houdt zij haar staart in haar bek en ligt rustend, half slapend in de bodem van het lichaam. Ook de tekst uit de Thora of het Oude Testament aan het begin van dit hoofdstuk, waarin Mozes wordt geconfronteerd met de brandende doornstruik, is een verwijzing naar deze ‘goddelijke’ energie. Wat dit Aetherlichaam of levensenergielichaam precies inhoudt, daar zullen we ons straks mee bezighouden in het Hoofdstuk ‘Aether, de Verbindende Schakel’.
Op het moment dat mijn Ziel ontwaakt, een gebeuren dat wordt verbeeld door de naakte vrouw die uit het oceaanwater van de
Ziel omhoog rijst, ontwaakt ook de vurige draak of slang die in het onderste Chakra ligt te slapen (de reuzenslang waar de stam op
wacht). De vurige energie beweegt zich al sissend (de hoge zangtoon en sisklank tijdens mijn ervaring) langs mijn ruggengraat omhoog (de brandende stok en de rug van de godin die vlam vat in mijn droom).
De Godin vertegenwoordigt voor mij op dat moment de totaliteit van wat gekend kan worden. Kundalini-Shakti is de geconcentreerde energie van bewustzijn, en geen fysieke kracht. Zij komt in werkelijkheid omhoog door het centrale energiekanaal binnenin mijn Aetherlichaam, de Sushumna. De olie die over haar rug omlaag stroomt staat symbool voor de heilige nectar, Amritha, die het vuur op haar weg naar omhoog voedt. Na het opstijgen verenigt Kundalini-Shakti zich met haar opponerende kracht, de hindoegod Shiva, in het hoofd. Dit is wat de oude Yogageschriften beschrijven.
Zo was het mystieke licht innerlijk doorgebroken binnenin mijn schedel (de krans van vuur). De naakte, mannelijke sjamaan die in de droom mijn inwijding initieert staat voor Shiva, die vaak wordt afgebeeld als de archetypische asceet, naakt en besmeurt met as.
Dromen of visioenen als deze heb ik altijd ervaren als een soort van genade, omdat ze mij helpen het innerlijke proces te begrijpen dat zich vaak buiten mijn ‘gezichtsveld’ voltrekt. Ze zijn een bron van spirituele informatie. Maar daar zit nog een kanttekening aan vast. Het feit dat ik deze droom vol mythologische symboliek kreeg, ná deze verstrekkende ervaring, laat zien dat deze ervaring was doorgebroken vanuit ons collectieve (onder)bewustzijn. Het is dus niet alleen een persoonlijke mythe, maar het is een innerlijk transformatieproces dat in feite ‘onpersoonlijk’ is, omdat het een proces is dat geen ‘ik’ of ego accepteert. Ik had de pure liefde die deel uitmaakte van dat proces ervaren als een kracht die mijn ‘ik’ deed wegsmelten of oplossen. Of misschien kan ik beter zeggen, deed versmelten met iets hogers. Dit gevoel van liefde was samengegaan met het instromen van een sterke geestelijke wilskracht.
De ervaring die dit alles in gang had gezet zal ik van nu af aan de Omwenteling noemen.
Volgende week: Stroomversnelling







