-
In angst voor AI
Vraag je je ook wel eens af waar het naar toe gaat als de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie maar doorgaat? Wanneer machines beter, sneller en preciezer worden dan mensen? Wanneer automaten ons inhalen en mogelijk ons leven gaan bepalen? Als ik een beetje om me heen kijk zie ik heel veel automaten. Conventionele automaten zoals auto’s en thermostaten maar ook programmeerbare automaten zoals computers en smartphones. Daarnaast nog wat zogenaamd slimme automaten als slimme meters en slimme mensen.
Die laatste gaat er waarschijnlijk niet zo makkelijk in maar geef me even, misschien helpt het om wat grip te krijgen op de waanzin waarin we leven. Want als ik vraag wie iemand is dan wordt me regelmatig een functie gegeven.
We zijn er aan gewend geraakt om automaten iets menselijks toe te dichten. We noemen ze slim of intelligent en als de computer er wat langer over doet dan is het of ie denkt. Meestal krijgt het ook nog een persoonlijkheid mee als in hij denkt in plaats van dat het rekent. 
- En zelfs het rekenen van computers draagt nog iets menselijks in zich. Alsof ze dat zouden kunnen. Automaten kunnen niets. Ze functioneren. Of niet. En dat is wat een automaat is, geautomatiseerde functionaliteit.
Neem maar eens zo’n oude thermostaat. Je wenst een bepaalde temperatuur en de verwarming gaat aan als de temperatuur lager is en uit als ie hoger is. Simpel, een gewenste uitkomst (de ingestelde temperatuur), informatie (de gemeten temperatuur), logica (een vergelijking tussen wens en uitkomst) en aansturing (schakelaar aan/uit).
Je kunt de gewenste uitkomst best ingewikkelder maken en de hoeveelheid informatie groter maar het principe blijft gelijk. Op basis van beschikbare informatie proberen we op logische wijze zo dicht mogelijk bij de gewenste uitkomst te komen.
Kunstmatige intelligentie is niets anders. Een domme automaat die we iets menselijks toedichten als leren. En daar komt het wel overeen, mensen beschikken ook over een automaat die we helaas intelligent noemen maar niet meer is dan intellect.
2. Wat wij leren noemen is beschikbare informatie onderscheiden en weer verbinden om in de buurt van de gewenste uitkomst te komen. We kopiëren iets of proberen iets en als het ons dichter bij de gewenste uitkomst brengt dan gaan we verder. Of we proberen iets anders. Lopen bijvoorbeeld. Het lijkt misschien heel intelligent om te leren lopen maar wat we doen is niets meer dan functionaliteit automatiseren. We proberen iets, we zwaaien met een arm bijvoorbeeld en kijken of dat ons dichter bij het gewenste resultaat brengt. Nee. We leggen vast dat de aansturing van de arm niet helpt. Het gewicht van de arm in de vergelijking wordt nul. Het been helpt wel en dat gewicht in de vergelijking wordt hoger, de voet ook en die gaat ook meedoen. Uiteindelijk, als we maar genoeg proberen en oefenen, leggen we een vergelijking vast in ons brein met wat gewichtjes die aan invoer en uitvoer zijn gehangen. We hebben ons brein, ons neurale netwerk, geprogrammeerd. Tegenwoordig is kunstmatige intelligentie in staat om ons te identificeren aan de wijze waarop we lopen. Het herkent het patroon van programmering
3. om ons te identificeren aan de wijze waarop we lopen. Het herkent het patroon van programmering en is zo in staat om dat te koppelen aan ieders unieke wijze waarop ie heeft leren lopen. Het is niet slim of intelligent maar enkel wat geautomatiseerde patroonherkenning. Afhankelijk van ons intellect of IQ, zijn wij in staat om beschikbare informatie te onderscheiden. Des te hoger het IQ, des te fijner kunnen we informatie verdelen en des te meer verbanden of patronen zijn er zichtbaar. Daarna is het niet meer dan combineren, proberen, vergelijken en klaar. Ons intellect of zo’n automaat is tot heel veel in staat maar ook beperkt. Het kan enkel functioneren op basis van wat al bestaat. Het heeft informatie nodig, in het geval van kunstmatig intellect zelfs heel erg veel, om te “leren” en zo zichzelf te programmeren. Met supercomputers en big data is kunstmatig intellect al in staat om menselijk gedrag te imiteren en het zal niet ophouden met leren en zichzelf te programmeren. ChatGPT en andere neurale netwerken zullen over meer informatie beschikken, sneller kunnen vergelijken, simuleren en leren dan ons eigen intellectuele automaatje.

4. Kunstmatig intellect streeft ons voorbij of is ons al voorbijgestreefd. Ons automaatje houdt het niet bij en kan op geen enkele wijze inhalen waar het de capaciteit niet voor heeft. Ons intellectuele brein is misschien efficiënter dan een paar supercomputers maar niet efficiënter dan duizenden van die dingen bij elkaar. Ook missen we een groot deel van de data die 24 uur per dag en zeven dagen per week aangeleverd wordt. Via smartphones, websites, surfgedrag, camera’s, social media en nog vele andere kanalen wordt het kunstmatige automaatje gevoed met zo ongeveer alles wat miljarden mensen doen. Het heeft meer geleerd over mensen dan wij van onszelf kennen. Hierdoor is het uitstekend in staat om ons automaatje voorbij te streven en zaken zo voor te stellen dat wij die kunstmatigheid als werkelijkheid gaan beleven.
Tenminste, zolang wij enkel ons intellect blijven gebruiken. Onze automaat die we bijna heilig hebben verklaard. Onze intellectuele linkerkant van het brein waar velen nogal trots op zijn.
5. Wij hebben echter naast een automaat aan de linkerkant ook een automaat aan de rechterkant van het brein. Ook een neuraal netwerk maar dan eentje die speelt met hele andere informatie dan de linkerkant. Deze kant speelt met zaken die voelbaar zijn. Zaken als liefde, geluk, vreugde en pijn. Naast een rationele kant hebben we ook een emotionele kant. Een kant die vaak wordt afgedaan als irrationeel en daarom minder relevant. Toch is onze emotionele kant net zo groot en krachtig als onze rationele kant. Zo niet krachtiger. Onze rationele kant gebruikt lineaire logica om het netwerk te programmeren en dat maakt het star en rechtlijnig. Plotselinge veranderingen kan het niet goed verwerken en, als het al bij kan blijven, loopt het achter de feiten aan. Onze emotionele kant maakt echter gebruik van non-lineaire logica om het netwerk te programmeren. Dit maakt het heel direct maar ook heel wispelturig. Er lijkt geen lijn in te zitten vanuit rationeel perspectief.

6. Gevoelens kunnen zo omslaan en lijken nogal willekeurig te zijn terwijl gedachtepatronen zo vast willekeurig te zijn terwijl gedachtepatronen zo vast als een huis zitten en bijna onwrikbaar zijn. Iets leren gaat nog wel, iets afleren echter…
Kunstmatig intellect heeft geen sensoren voor gevoelens en mist daardoor iets dat mensen over het algemeen wel hebben. Onze hele gevoelswereld is onbekend voor dat automaatje. Nou ja, niet helemaal, aan de hand van ons gedrag zou je mogelijk iets van onze gevoelens kunnen destilleren. Metadata die mogelijk een hint geeft naar de onderliggende data.
Toch kan het niet direct emoties waarnemen en het beschikt ook niet over de non-lineaire logica om ze te verwerken. Er wordt wel een poging gedaan met zogenaamde kwantumcomputers om toch wat grip op die non-lineaire logica te krijgen maar vooralsnog gaat dat nog niet zo lekker. Wij hebben dus iets dat dat kunstmatige automaatje niet heeft en kunnen iets dat dat automaatje niet kan. En.. we hebben nog iets dat dat automaatje niet heeft. Naast gedachten en emoties als neurale automaatjes in ons brein hebben we… intelligentie in ons hart.
7. Geen automaat die een beetje speelt met wat al bestaat maar een fantasie- en liefdevolle creatieve kracht die werkelijkheid leven laat. Iets dat in staat is werkelijkheid te creëren in plaats van erop te teren. Iets dat werkelijk wat kan laten leven en de basis is van alles dat we beleven. Intelligentie schuift niet met onderdelen van de werkelijkheid om in de buurt van de gewenste uitkomst te komen maar creëert simpelweg de uitkomst in werkelijkheid. Ooit gemerkt dat soms dingen op z’n plek vallen of er invulling wordt gegeven aan een lang gekoesterd verlangen? Welkom bij de creativiteit van intelligentie als drijvende kracht achter werkelijkheid. Als intelligente wezens kunnen wij die kracht gewoon gebruiken. Nou ja, gewoon, we moeten er wel iets voor doen. Of liever, laten. We zullen onze automaten eventjes achter moeten laten. Die zijn ervoor om iets te leren en met datgene dat al bestaat om te gaan. Maar dat willen we niet, we willen iets nieuws laten bestaan. We willen creëren in plaats van leren.
8. Prachtig hoor datgene dat al bestaat maar dat is niet waar het om gaat. Het gaat om intelligentie die gewenste uitkomsten mogelijk maakt. Hoe intelligentie dat doet is onbelangrijk, wel dat ze het doet. De weg naar het hart is echter wat lastig als we ons laten leiden door ons brein. Of het nu onze emoties, gevoelens of onze gedachten en ideeën zijn, ze laten ons simpelweg rondjes lopen en houden ons vast in het brein. Het maakt niet uit of we op gedachten of gevoelens drijven, we dobberen daarheen waar ze ons naar toe leiden. In al bestaande werkelijkheid die door onze of kunstmatige automaten wordt geleid. We zitten wat vast in onze patronen en worden heen en weer geslingerd door emoties die onvoorspelbaar op lijken te komen. We kunnen er niet zoveel aan doen. Het is de automaat in ons die gewoon functioneert zoals wij het hebben geprogrammeerd. We volgen simpelweg ons eigen programma.

9. We lijken nogal trots te zijn op alles wat we hebben geleerd en werken om onze oncontroleerbare emoties heen. We volgen onze patronen en daardoor programmeren we ze steeds dieper in ons brein. Helemaal niet erg, als we ons er maar bewust van zouden zijn. Als we zouden weten dat we veel meer dan onze programmering zijn, dat we de programmeur in plaats van het programma zijn, dan is er een ingang om werkelijk controle te krijgen over de automaten in ons brein.
Want, wees eens eerlijk, is dat niet een hele grote angst? De angst om niet in controle te zijn? Om los te laten wat je hebt, wat je denkt en hoe je denkt dat de toekomst zal zijn? Wie zou je kunnen vertrouwen als je niet op jezelf zou kunnen bouwen? En dat is precies wat we doen, we bouwen voort op wat we hebben vastgelegd, op wat we hebben geleerd, op hoe we onszelf hebben geprogrammeerd.

10. Maar we zijn niet de uitkomst van het programma, we zijn de programmeur. Als we onszelf als programmeur kunnen beschouwen, wat verhindert ons dan om een hele nieuwe wereld te bouwen? Niets. Behalve ons oude programma dat geheel automatisch vasthoudt aan wat was en niet om kan gaan met wat kan zijn. e kunnen wel fantaseren maar missen vooralsnog de mogelijkheid om dat als werkelijkheid te realiseren. Niet omdat dat niet zou kunnen maar omdat we ons door onze automaat laten vertellen wat werkelijkheid zou zijn. Onze automaat die we zelf geprogrammeerd hebben om klein, beperkt en machteloos te zijn. Als je eens heel goed zou kijken, dan kun je misschien zien dat onze automaat er voor ons is. Dat het vastlegt wat wij het opdragen. Dat het niet veel meer doet dan onze interpretatie van de werkelijkheid dragen. Wij zijn derhalve de invoer van die automaat, niet de uitvoer. Vast gegoten in patronen denken we, ofwel onze automaat vertelt ons, wat we vastgelegd hebben. Als kind konden we nog fantaseren maar automaten om ons heen vertelden dat werkelijkheid iets heel anders was.

11. Ouders, leraren en bijna iedereen om je heen lieten jou vastleggen wat werkelijkheid zou zijn. Onbewust van hun eigen programmering programmeerden zij jouw automaat in het brein. Je kon het niet weten, je was nog onbewust, en daardoor open voor alles dat aangereikt werd. Je werd geprogrammeerd zoals zij waren geprogrammeerd en dat was de basis van je bestaan. Je leerde. Niet dat je werkelijkheid kon creëren maar hoe je in hun interpretatie van werkelijkheid kon functioneren. Zij wisten het ook niet en zullen het waarschijnlijk nooit weten. Het zijn maar enkelen die uit hun programmering weten te breken. Veelal kennen we onszelf niet en kijken nogal op tegen intellectuelen die met allerlei titels en witte jassen iets lijken te zijn in de ogen van velen. Het zijn slaven van het brein, narcisten en sociopaten die hebben geleerd. Sommigen kunnen hun hart nog iets laten spreken maar velen hebben slechts het brein vereerd. Ze kennen de werkelijkheid zoals ze hem hebben geleerd en bewust of onbewust hebben ze deze gemanipuleerd.

12. Wie ooit met narcisten of sociopaten heeft samengeleefd kan verhalen over de manipulatieve harteloosheid die controle en eigenbelang nastreeft. Geveinsde aandacht voor jou en jouw belang appelleert aan iets menselijks dat in ons leeft. Maar het is niet meer dan onze menselijkheid waar die automaat in charmante en vermeend intelligente gedaante op teert en van leeft. De Ruttes, Schwabjes en Kaagjes van deze wereld zijn enkel automaten. Vastgeslagen in hun intellect gaan ze, geprogrammeerd als ze zijn, er stiekem prat op de programmeurs van mensen te zijn. Lachend liegen ze of het een lieve lust is en verliezen daarmee hun ziel en menselijkheid aan een automaat die de kunst van het veinzen ook verstaat. O, ironie. De bedriegers bedrogen. Good job Satan. In allerlei clubjes die niet meer dan een echokamer van het intellect zijn menen ze controle uit te kunnen oefenen over mensen. Ze noemen mensen zelfs ‘hackable’ of programmeerbaar omdat ze niet verder komen dan wat kennis over hun eigen automaat in het brein. Misschien dat enkelen van intelligentie hebben gehoord maar daar kunnen ze niet bij.


![]()
13. En willen dat ook niet omdat dat hun plannetjes verstoort. Als wij onze automaten en de zogenaamde leidende automaten volgen dan maakt het niet uit of die “intelligentie” kunstmatig is of niet. Het is niet creatief en de doodsteek voor iedere vorm van menselijkheid, liefde en waardigheid. Als wij echter onze werkelijke intelligentie, ons creatieve hart laten spreken, dan creëren we een werkelijkheid die lacht om zoveel gekkigheid. Dan stijgen we uit boven de slachtofferrol van het brein en nemen onze plaats van creator in. Niet omdat dat kan maar omdat dat is wat we werkelijk zijn.
Door René Joldersma
filosoof en reiziger.







