Slangdraak Deel XV – Mind over Matter

Mind over Matter

De meest ijle en krachtige Prana waarover de mens zeggenschap heeft zetelt in zijn hoofd en wordt Sukshma Prana genoemd. Hij kan deze Prana met gedachtekracht controleren en vitaliseren. Via gedachtekracht heeft de mens ook controle over zijn ‘hogere’ Aether. Gefocuste mentale aandacht balt de kracht van Sukshma Prana en Aether tezamen. Door vanuit diepe meditatie of eenwording (Samadhi) met deze kracht te werken kan een mens verandering in de stof aanbrengen. De extreem lage elektromagnetische golven die het brein vanuit diepe meditatie uitzendt (4 tot 8 Hertz) zijn in staat het elektromagnetische veld van een atoom of een DNA-RNA keten te veranderen. Daardoor zijn we in staat een cel te veranderen, enzovoorts. Door met Aether en Prana te werken, werken we feitelijk met geestsubstantie. De kwantumwereld van het Aetherveld, waarbinnen elementaire deeltjes na scheiding van elkaar verbonden blijven al raken ze lichtjaren van elkaar verwijderd, laat het speelveld zien van de geest. Het zogenaamde ‘klassiek realistische’ wereldbeeld van de wetenschap zal zelf een illusie blijken. Via onze geest zijn we in staat tot ALLES, zie je leven daarom als een experiment!

Pranarijk Bloed en het Misverstand van Zuiver Bloed

We zijn dit boek begonnen met de speurtocht van de nazi’s naar een occulte kracht die verborgen zou worden gehouden in de Himalaya. Aan de basis hiervan stond hun geloof in een superieur ras dat ooit de Aarde bevolkt zou hebben en waarvan zij als Ariërs af zouden stammen. De Duitsers zouden daarom in het bezit zijn van een ‘zuivere bloedlijn’. Dit geloof in ‘zuiver bloed’ is een materialistische kijk op de vitale kracht die achter onze stoffelijke wereld schuil gaat, namelijk de kracht van Aether. Het bloed in onze bloedbanen bevat Prana dat deels geëxtraheerd wordt uit zuurstof. Dit is Luchtprana dat via onze
longademhaling is binnengekomen. Omdat de mens in bewustzijn gezakt is begrijpt hij niet langer dat ‘zuiver bloed’ de betekenis heeft van Pranarijk bloed; voor bloed dat veel ‘vitale kracht’ bezit. ‘Bloed’ is een metafoor voor Prana.

Pranayama: Beheersing van de Levensadem

Een ander misverstand komt eveneens voort uit het letterlijk nemen van beeldspraak. We hebben het hier over het begrip ‘Adem’. ‘Adem’ is hier hetzelfde als ‘Levensadem’ of Aether. Omdat de Aetherstroom onze longen doet bewegen wordt dit misverstand nog eens versterkt. De longbeweging zorgt op zijn beurt dan weer dat Prana uit de lucht wordt gehaald. Onze ademhaling wordt dus veroorzaakt door beweging van de Aether. We zien dan ook dat in de beoefening van Yoga (het onderdeel Pranayama) en Vipassana meditatie fysieke ademhaling wordt gebruikt waar sturing van Aether vanuit het mentale gebied oorspronkelijk de bedoeling was. Dit betekent overigens niet dat ademhalingsoefeningen geen positief
energetisch effect hebben, integendeel, maar het is een afgeleide, fysieke methode. Hoe krachtig die dan ook mag wezen.
Waar occulte bronnen termen gebruiken als ‘neusgaten’, ‘inademing’ en ‘uitademing’ moet echter een esoterische betekenis
worden gezocht. ‘Ademhaling’ heeft hier de betekenis van energieademhaling. Het betreft de ijle vorm van Aether, die als
Levensadem ons lichaam binnenstroomt door twee ‘neusgaten’. Het is de ‘vitale ademhaling’ die tot voor dertienduizend jaar geleden nog de meest gangbare was. De ‘neusgaten’ moeten we in dit verband zien als een metafoor voor twee energiepoorten.

De ‘superman’ of Übermensch van de nazi’s is een verre echo uit een Gouden Tijdperk, toen de Ouden, die door de mensen als halfgoden (dus als een soort supermensen) werden beschouwd, nog op Aarde rondliepen. Zij leefden in de nadagen van wat wij nu Atlantis noemen. Zij werden als halfgoddelijk gezien omdat ze in het bezit waren van een krachtig Aetherlichaam en de vitale kracht toepasten in hun technologie. Een verre echo daarvan zien we in de priesterkasten die in onze tijd nog bestaan, zoals die van Indiase tempelpriesters en joodse rabbijnen. Hun familielijn is genetisch terug te voeren naar een ver, ver verleden, zoals de Incakoningen via hun ‘bloedlijn’ nog in contact stonden met hun ‘voorouders’, de beschavingsbrengers’. Deze waren de kinderen van de vereniging tussen mensen en Goden. Langs de genetische lijn hebben
tempelpriesters en rabbijnen geprobeerd hun energetische ‘bloedlijn’ voort te zetten.

Aanwijzingen voor de Ouden, Helden, of Halfgoden zien we nog in Egypte. Een reliëf uit de tempel in Abydos toont hoe farao Seti I zijn zoon Ramses II een koningslijst laat zien die terugloopt tot in de prehistorie. De tijd dat de langlevende Halfgoden, de Semsu Hor of ‘Zij die de Weg van Horus volgen’, heersten over Egypte. Volgens de Koningscanon van Turijn – een 3200 jaar oude chronologische lijst van alle oude Egyptische vorsten – regeerden de Semsu Hor 13.420 jaar over Egypte, voordat Menes, als eerste farao, de troon zo’n 5100 jaar geleden besteeg. Deze Halfgoden waren het die het oude Heliopolis stichtten. De heilige plaats waar de Egyptische tempelrituelen het leven zagen.

De bovennatuurlijke krachten van Yogi’s en sjamanen uit de na-Atlantische tijd zijn gegrond in hun kennis van het Aetherlichaam. Hun kracht komt voort uit de beheersing van de Levensadem en de twee ‘neusgaten’. De ‘Adem’ zelf bestaat uit twee polaire levensstromen die het levensenergielichaam binnenstromen. Buiten de stoffelijke vorm zijn deze twee energiestromen samengevloeid tot één stroom. Op het moment dat ze ons lichaam binnenstromen splitsten ze zich in tweeën, in Shiva en Shakti.

Shiva & Shakti: IJs & Vuur

Begrippen als ‘Koud’ en ‘IJs’ staan symbool voor de Shivastroom terwijl ‘Heet’ en ‘Vuur’ symbool staan voor de Shaktistroom. De beheersing van Shakti werd bij sjamanen in Siberië aangetoond door in een bevroren rivier van het ene ijswak naar het andere ijswak te zwemmen, waarbij het lichaam zijn oorspronkelijke warmte behield.
Ze hielden zichzelf ‘warm’. Yogi’s in India lieten hun beheersing van Shiva zien door over een brandstapel heen te lopen, zonder daarbij brandwonden op te lopen. Ze hielden zichzelf ‘koud’. Het ging de sjamaan en de Yogi om beheersing van de duale stroom binnen zijn Aetherlichaam, en dus ook om de koude en hitte regulering van zijn fysieke lichaam. Door deze te beheersen konden ze direct invloed uitoefenen op het ademhalingsstelsel, het autonome zenuwgestel en het immuunsysteem. Zoals reeds vermeld wordt in ons tijdperk nog steeds de fysieke ademhaling als belangrijkste middel ingezet; we staan nu op de grens om de ware Pranayama of Prana-beheersing weer te ontdekken die verkregen wordt door een gefocuste (denk)geest. Daar gaat “Slangdraak” over. In Hoofdstuk 21, ‘De Mystieke Klank en het Heilige Woord’, gaan we contact maken met dit ‘verborgen’ elektromagnetische veld in- en rondom ons hoofd, waardoor we directe controle beginnen te krijgen over ons elektromagnetische lichaam; het duale Aetherlichaam met daarbinnen de diverse Pranastromen.

De ijskoude stroom van Shiva wordt verbeeld als de mythische Draak en de bloedhete stroom van Shakti als de mythische Slang. Voordat we meer aandacht aan deze mythische dieren schenken, richten we onze aandacht op een belangrijk mythologische symbool. Het symbool van de Slangenstaf.

Het Mysterie van de Slangenstaf

De macht van Ahriman groeide en aan de gouden tijd kwam een einde. Ahriman ademde met zijn ijselijke adem over de tuin en de tuin verging en de mensheid werd verspreid over de hele aarde. Zij begonnen elkaar te bevechten en af te slachten. De dood kwam over de aarde, precies zoals Ahriman had bedoeld. Iedere mens die stierf dwaalde door het rijk waar Ahriman koning was.

De mythe van Mithras

En er geschiedde oorlog in de hemel. Michaël en zijn engelen streden tegen de draak en zijn engelen. Maar hij was niet sterk genoeg en ook werd hun plaats in de hemel niet meer gevonden. Neergeworpen werd de grote draak, de aloude slang, die genaamd wordt ‘duivel’ en ‘satan’, die de hele bewoonde wereld verleidt, neergeworpen werd hij ter aarde, neergeworpen werden de engelen met hem.
Nieuwe Testament, Openbaringen: 12,7-9

Om de overdrachtelijke rol van het Aetherische lichaam te kunnen begrijpen moeten we ons richten op een oeroud symbool dat gehuld is in mysteriën; dat van de caduceus of esculaap. Dit is een staf waaromheen zich twee slangen kronkelen en die bekroond wordt door een gevleugelde zonneschijf (zie afb. 4). Dit symbool vinden we verspreid over de gehele wereld terug – in tempels, piramiden, kathedralen en op rolzegels, papyri, stenen en antieke munten.

De Droom

In de periode dat ik begin met mediteren wordt mij voor het eerst de caduceus getoond in een lucide droom, die de betekenis ervan in mijn geheugen kerft. Ik zit in deze droom te paard, en kijk vanaf een heuvelrug uit over een grote vlakte beneden mij. Daar zijn in de verte de contouren zichtbaar van een stad, zoals de Assyrische hoofdstad Assur er ruim drieduizend jaar geleden moet hebben uitgezien. Met in haar midden een zigurrat die geflankeerd wordt door een tempel met een gouden dak dat schittert in het zonlicht. Ik ben een heraut en draag op mijn hoofd een reishoed en in mijn rechterhand de staf die door twee slangen is omwonden, en bekroond wordt door een gevleugelde zon. Het zijn attributen die horen bij de god Mercurius of Hermes. Mijn reisdoel is de tempel met zijn inwonende godheid. Beneden aangekomen kom ik echter terecht in de chaos en de drukte van een moderne stad en de tempel blijkt een lege christelijke kathedraal te zijn, die gehuld is in duisternis. De heilige geest is afwezig omdat er geen gelovigen meer zijn om haar te ontvangen. De heilige geest was immers altijd ‘door’ de gelovigen aanwezig geweest. De tempel die ik zocht was allang verdwenen. De goden waren vóór de komst van het christendom al uit hun godenhuizen vertrokken, omdat zij zagen dat de mensen reeds te ver in de stoffelijke wereld waren afgedaald. De menselijke geest die oorspronkelijk deel had uitgemaakt van de godenwereld – vóór de Godenval of Val van de Engelen. En nu was het verdichtingproces zover voortgeschreden dat het weer gekeerd moest worden. Mijn opdracht is de gevleugelde zonnestaf met de twee slangen pontificaal op het altaar te plaatsen, waardoor de lege ruimte weer gevuld zal
worden met het goddelijke licht. Na dit volbracht te hebben, merk ik dat ik mij nu in een grote schemerige grot bevind, terwijl een slangenhuid naast mij op de grond ligt. Dan eindigt mijn droom.
Waar staat deze droom voor? Het altaar laat de zelfopoffering van mijn ego zien, de afgelegde slangenhuid naast het altaar, met daarop volgend mijn wederopstanding. De droom lijkt opnieuw een verwijzing te zijn naar de Kundalini-ervaring enkele maanden daarvoor. Anderzijds lijkt de droom een weerspiegeling te zijn van gebeurtenissen die op dat moment op kosmische schaal plaatsvinden.

Chakra’s: Knooppunten van Levensenergie

Zowel de staf, de slangen als de gevleugelde zon zijn symbolen die aanwijzingen geven over de functie van het Aetherlichaam. Zo staat de staf symbool voor de Sushumna, het energetische middenkanaal of de energetische ruggengraat, waardoorheen de Kundalini-Shakti zal opstijgen. De Sushumna is de tegenhanger van onze wervelkolom met haar 33 ruggenwervels. De twee slangen staan symbool voor de twee hoofd energiestromen binnen het Aetherlichaam – de Aloude Slang en de Grote Draak. De boven de caduceus (Kadoish) uitstekende vleugels zijn die van wedergeboorte en herrijzenis.
De Sushumna is de centrale verbindingsweg waarlangs zeven transformatiecentra, de Chakra’s, liggen die onze lagere natuur met onze hogere natuur verbinden. Chakra’s zijn knooppunten van levensenergie waarin de Nadi’s (energiebanen) samenkomen. Ze zijn nadrukkelijk niet fysiek, maar hebben wel hun uitwerking op het fysieke lichaam.

Uit het 18de en 19de eeuwse Rajasthan zijn vele kleurrijke, meditatieve illustraties overgeleverd die het Kundaliniproces laten zien. Ze tonen het Aetherlichaam met daarbinnen de traditionele dier- , godheid- , en bloem- symboliek van de Chakra’s, die ons veel kan leren over de reis van Kundalini. Het is deze laatste kracht die de Chakra’s doet opengaan. Dit ‘opengaan’ betekent dat we in contact komen met andere dimensies. Als ze ‘gesloten’ zijn betekent dit nog niet dat ze niet werkzaam zijn. Ze laten zich dan alleen gelden binnen de fysieke wereld. We gaan in dit essay uit van het Chakramodel van de hindoes. Bij andere volken dan de Indiërs (bijvoorbeeld de Tibetanen of de Inca’s) is ook sprake van hoofdcentra binnen het levensenergielichaam. De systemen komen overeen, al kan het aantal Chakra’s soms verschillen of ligt de nadruk op andere centra dan die van de hindoes. Er bestaat overigens ook een interface tussen het Aetherlichaam met zijn Chakra’s en het fysieke lichaam met zijn organen. Zo kennen we in India de Marma’s – punten en gebieden die gemasseerd kunnen worden of met acupunctuur of acupressuur behandelt, waardoor de energieoverdracht tussen Aetherlichaam en
stoflichaam wordt beïnvloed. In China is het systeem van Meridianen en acupunctuurpunten bekend.

De klassieke hindoe indeling van de zeven Chakra’s is als volgt (zie afb. 2). Van de onderkant van de wervelkolom naar de kruin vinden we achtereenvolgens:

(1) het Aardecentrum of Muladhara Chakra,
(2) het Watercentrum of Svadhistana Chakra,(3) het Vuurcentrum of Manipura Chakra,
(4) het Luchtcentrum of Anahata Chakra,
(5) het Aethercentrum of Vishuddha Chakra,
(6) het Derde Oogcentrum of Ajna Chakra,
(7) onze Kroon of Sahasrara.

We zien dat de eerste vijf chakra’s met een element zijn verbonden, waarvan het Aethercentrum het hoogstgeplaatste is. Aether is het element dat ‘boven de vier andere elementen staat’, hen als het ware doordringt en schept. Buiten deze centraal gelegen chakra’s zijn er nog vele kleinere chakra’s, zoals in de handen, de voeten en de milt. Ook is er nog sprake van een Navelcentrum (dat soms verwisseld wordt met het Vuurcentrum). De chakra’s worden traditioneel afgebeeld als lotusbloemen, omdat voor een helderziende de energietrillingen lijken op bloembladeren die gevormd worden rondom een centrum. Bij toename van de frequentie neemt zo het aantal bloembladeren toe.

Dus heeft het Aardecentrum vier bloembladeren, het Watercentrum zes bloembladeren, het Vuurcentrum tien bloembladeren, enzovoorts. De centra langs de ruggengraat openen zich aan de voorkant en de achterzijde van ons lichaam.

 

Volgende keer in Slangdraak (deel 16):
De Principes van de energiestromen Shiva en Shakti en de zetel van onze Ziel.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *