Slangdraak Deel III – Zoektocht –

Intro

Ik werd vanuit mijzelf
Als boodschapper naar mijzelf
Gezonden
En mijn wezen getuigde tot
Mijzelf
Door mijn tekenen
Ibn Al-Farid, Innerlijke geheimen van het Pad
Ideeën, hoe wereldvreemd ze ook zijn, kunnen de wereld veranderen.
Rutger Bregman, Gratis Geld voor Iedereen (2014): p. 207
De zeven sterren van de Plejaden, het Indische maansterrenbeeld
Krittika, staan te flonkeren als kleine diamanten aan de hemel. Maar
hun schittering wordt verzwakt door het heldere licht van een
conjuncte Maan. Chandra of Soma noemen de Hindoes haar, en ze zal
de komende nachten de hoofdrol vervullen in een kosmisch drama.
Volgens de Tamil-kalender is het de maand van Dhanasu of de Boogschutter.
De nacht daarop is de nacht van 23 op 24 december 1996.
Onder de winterse sterrenhemel ligt een eeuwenoud tempelcomplex
dat wordt beschenen door een bijna Volle Maan. De Maan bevindt
zich in de constellatie Stier en de tempel is die van de god Shiva
Nataraja in Chidambaram, Tamil Nadu, India. We bevinden ons in
de laatste dagen van het elf dagen durende Wagenfestival dat sinds
mensenheugenis plaats vindt rond de midwinterse zonnewende.
Terwijl de constellatie Orion als de hemelse variant van Shiva
Nataraja die nacht boven de tempel staat, kruist de Maan (op weg
naar Orion) nu de maanconstellatie Rohini – de Hyaden in het
sterrenbeeld Stier. De Hyaden sterrengroep heeft de vorm van een
wagen of een omgekeerde piramide, die symbool staat voor Meru, de
Kosmische Berg die de as van het universum draagt.
Synchroon met het gebeuren tussen de sterren wordt een ritueel
uitgevoerd op Aarde, het is een spiegelbeeld dat zich eens in de
26.000 jaar voordoet. En het moment is nu daar.
Het eigenlijke Wagenfestival gaat deze nacht van start. De
beelden van Shiva Nataraja en zijn gemalin, de godin Parvati of
Shakti, worden door de priesters van de tempel gedragen naar de
grote festivalwagens die voor hen zijn klaargemaakt. Deze staan te
wachten in de Oostelijke Verkeersstraat, Akasha Kshetra, de Straat
van de Aether. Het is het moment van de Sfinx. De Sfinx die op het
punt staat terug te keren naar de Aarde. Het is een moment dat we
later in dit boek weer zullen oppakken.
Vanaf mijn jonge kinderjaren heb ik altijd een innerlijke drijfveer
naar ‘weten’ gehad, mijn vader bestookte ik al vroeg met vragen als:
‘waar komt de mens vandaan?’, ‘hoe heeft de Aarde er vroeger
uitgezien?’, ‘is er ook leven op Mars geweest?’. En als zijn
antwoorden mij niet konden bevredigen dan nam ik me voor het
later zelf uit te gaan zoeken.
Zodoende heb ik later als archeoloog opgravingen gedaan in
het stroomgebied van de rivier de Eufraat, heb ik vele culturen en
volkeren bezocht en ben ik als avonturier en onderzoeker afgereisd
naar landen als India, Guatemala, Syrië en Egypte om de functie van
oude bouwwerken, tempels en piramiden te achterhalen.
Die ontdekkingsreis is nog altijd gaande, en heeft zich van de
archeologie uitgebreid naar de exotische gebieden van archeo-
astronomie en astrologie, symbolisme en rituelen, kosmologie en
metafysica. En al doende is het een ontdekkingsreis geworden naar
het mysterie dat verborgen ligt achter de evolutie van de mens.
Aan de wieg van deze ontdekkingsreis liggen mijn eigen spirituele
ervaringen en inzichten die ik voor een belangrijk deel heb opgedaan
tijdens mijn (wereldwijde) reizen. Daardoor kwam ik op het spoor
van een ‘hemels mechaniek’ waarvan de aanwijzingen over de hele
Aarde verborgen liggen in oude landschapsvormen en stenen
bouwwerken en waarvan de verborgen kennis ligt opgeslagen in
oude mythen en rituelen.
Ik kwam voor het eerst op dat spoor tijdens mijn universitaire
studie. Het onderwerp waar ik oorspronkelijk op ben afgestudeerd,
betrof de ingenieuze watertoevoer- en waterafvoersystemen in de
paleizen en woonhuizen van de Minoërs en Mykeners zo’n
vierduizend jaar geleden. Volken die deel uitmaakten van de verloren
gegane wereld van de Egeïsche Zee.
Vooral een technisch onderwerp dus, maar het maakte me ook
bewust van het belang dat water voor deze oude volken had, zowel
sanitair als decoratief. Zo liepen er fraai vormgegeven goten langs de
paleistrappen met haakse bochten, zigzagpijpen en bekkens om de
stroming van het water te reguleren. Maar het water had ook
duidelijk een rituele functie, zoals rituele baden van steen laten zien,
die vaak omringd werden door heiligdommen.
Waar ik mij in die tijd echter al zijdelings mee bezighield, was de
archeo-astronomie – kortweg de gerichtheid van sacrale en
kosmologische bouwwerken op de sterrenhemel en hun verbinding
met het Leylijnengrid van de Aarde. Meer specifiek de oeroude
wetenschap van de zonnewendepunten en de zodiak. Ook op Kreta
zag ik aanwijzingen hiervoor.
Maar de heilige, kosmologische geografie was niet direct een
onderwerp waarop ik als archeoloog kon afstuderen, omdat binnen
de academische wereld kennis van de astronomie als onnodig werd
beschouwd, puur vanuit de vooronderstelling dat mensen ‘in die tijd’
nog niet over dergelijke kennis konden beschikken.
Zoals in de ogen van diezelfde wetenschap, onze moderne
wereld is voortgekomen uit de revolutionaire uitvinding van het wiel.
Alles wat vóór die scheidslijn valt heet primitief te zijn. Zo moet het
reusachtige piramidecomplex van Gizeh door de Oude Egyptenaren
gebouwd zijn met niet meer dan mankracht, boomstammen, zachte
koperen werktuigen, en stenen klophamers. Ook als de hardste
granieten blokken (met een geheel gepolijst oppervlak) van circa
dertig ton (evenveel als 40 grote personenauto’s), naar zo’n zeventig
meter hoogte in een piramide werden gebracht, om met ongekende
precisie op elkaar te worden aangesloten. De steenblokken zijn
bovendien perfect horizontaal en verticaal geplaatst.
Helaas voor de archeologie en de egyptologie waren de Ouden
(en dat hoeven niet per se de Oude Egyptenaren te zijn geweest)
verre van primitief. De Ouden waren in staat technisch hoogwaardig
te bouwen, zelfs voor onze huidige maatstaven. Ze waren bovendien
uitermate geïnteresseerd in de astronomie, de astrologie en de hogere
wiskunde. Zelfs zó dat het lijkt op een obsessie. Die obsessie gold voor de
draaiing van het ‘hemelse rad’. Dat hemelse rad – of het hemelse
kruis – wordt gevormd door de twee zonnewendepunten en de twee
nachteveningpunten (equinox). Ruïnes van oude beschavingen tonen
een grondige kennis van de hemelse mechanismen. Kennis die pas
sinds kort weer wordt geëvenaard met behulp van computers en satellieten.
En er is meer. Recent hersenonderzoek toont aan dat de Ouden
monumentale structuren en onderaardse ruimten zo ontwierpen, dat
doormiddel van geluid de hersenen en de zintuigen van de mens
beïnvloed konden worden. Men denkt dat de ontwerpers op deze
wijze stemmingen en sociaal gedrag wisten te sturen. De kracht van
geluidsgolven moet bij hen bekend zijn geweest. De
neurowetenschap onderzoekt momenteel de mogelijkheid het
(menselijke) brein te beïnvloeden en te veranderen middels ultrasoon geluid.

Maar voordat ik op deze zaken meer licht kan laten schijnen, zal ik
eerst een reeks van gebeurtenissen uit mijn leven de revue laten
passeren, die mij inzicht gaven in de werking van het hemelse rad en
de rol die geluid daarin heeft.
De eerste van deze gebeurtenissen vond in 1984 plaats in
Egypte, en zou voor mij de start betekenen van een reeks van
openbaringen, astrale verstoringen en spirituele doorbraken. Mijn
tocht naar Egypte zou in feite de eerste fase van een mythologische
reis worden. Een reis waarin, evenals bij Otto Rahn en Ernst
Schäfer, de wetenschapper, de ontdekkingsreiziger en de occultist
zich zouden verenigen.

Volgende week: Deel IV  VUUR

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *