Begin jaren ‘2000 was ik op een vakbeurs in Engeland in gesprek met een deskundige in gasanalyse, mijn werkgebied van toen. Hij zou voor geen goud in de buurt van een vuilnisbelt willen wonen. Waarom? Uit de vuilhoop steeg vinylchloride op. Dat werd gemeten want deze stof staat bekend als kankerverwekkend (vooral lever). Bedenk dat de concentraties dan nog heel laag zijn, veel lager dan wat er bij de treinramp in Ohio vrij komt.
Vinylchloride is de grondstof voor PVC, polyvinylchloride, ofwel ‘vinyl’ zoals het ongetwijfeld door een marketing-type is gedoopt (Tot grote ergenis van scheikundigen). PVC is een kunststof die dankzij weekmakers voor vele toepassingen wordt ingezet: Kabels, pijpen en slangen, folie (clingfilm), vloerbedekking, grammofoonplaten, verpakkingen, kunstleer, enzovoort. Het laat zich makkelijk verwerken en is goed te recyclen, mits het apart wordt ingezameld (anders helemaal niet). De weekmakers (voor 67% ftalaten als DEHP) zijn bron van zorg omdat ze tot hormoonverstoorders worden gerekend en langzaam uit het plastic migreren. Dat bleek in de jaren ’80 nogal een dingetje voor mensen die nierdialyse nodig hadden. Het zat in die jaren ook vaker in verpakkingen uit de supermarkt. Dát gaf weer de beschuldiging dat het de vorming van giftige dioxines veroorzaakte in huisvuilcentrales. Uiteindelijk las ik als afgestudeerde HTS’er dat de aanwezigheid van keukenzout dat ook kon veroorzaken. Maar toen was een hoop PVC al vervangen. Al die ophef om niks.
Bij de produktie van veel soorten kunststof worden monomeren gebruikt die ongezond zijn, hormoonverstoorders die kanker kunnen veroorzaken. Wat dat betreft is PVC niet uniek. De scheikundige reacties waarmee plastics worden gemaakt verlopen nooit optimaal en er blijven in veel soorten kunststof monomeren achter. Voor polyethyleen is dat geen probleem, soms wel voor andere plastics zoals polystyreen, epoxyhars, ABS en PVC. Het ligt aan de toepassing en de rest-gehaltes.
Op het moment dat 5 wagons met vinylchloride ontsporen en gaan branden mag je nog steeds rekenen met vinylchloride wat vrijkomt. De stof zal niet volledig door de verbranding worden afgebroken en daarmee dus ruim in het milieu terecht komen. Een deel trekt de grond in. En daar blijft het niet bij. Vinylchloride is een organische chloorverbinding. Daarvan bestaan er nog veel meer. Bij brand kunnen stoffen ontstaan als zoutzuurgas en – veel erger – uiterst giftig fosgeen, een strijdgas wat verstikking veroorzaakt. Bij brand ontstaan wel meer van zulke stoffen. U doet er goed aan uzelf en uw kroost aan te leren om over de grond de uitgang te zoeken, wanneer de rook tegen het plafond hangt.
Als scheikundig techneut ben ik inmiddels gewend geraakt aan het geklungel wat leidt tot dit soort rampen en wat er verder op volgt. Het betreft ook niet altijd onvermogen. Er is vaak sprake van corruptie of ‘belangen’ als u de naakte waarheid niet aankunt. Herinnert u zich de brand bij Chemie-Pak in Moerdijk nog? 10 jaar later was de bodem nóg niet schoon. Dat krijg je wanneer inspectie vooraf wordt aangekondigd. Er was kennelijk niets geleerd van eerdere rampen zoals Het Hemeltje en de Vuurwerkramp in Enschede. De overheid toont zich keer op keer onvermogend om ons te beschermen.
Hendrick Smit (1968) is spreker, schrijver en video-maker. In zijn werk zoekt hij door te spelen met perspectieven naar nieuwe oplossingen. Hij wil hij nieuwsgierigheid opwekken en z’n publiek aansporen tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid. U kunt hem volgen op Twitter met @HendrickSmit en @Mr_Communicator, of op BitChute en YouTube.

